Waardering van paarden op de balans is een lastige kwestie

Het waarderen van een paard lijkt iets waarmee alleen een accountant zich bezighoudt, maar voor jou als ondernemer is het van groot belang. Het bepaalt je winst en daarmee bijvoorbeeld ook de financierbaarheid van jouw onderneming. Niet iets alleen van je accountant dus!

Een hippische ondernemer kan inschatten dat er een paard op stal veel geld gaat opbrengen. Wanneer komt dat paard met een hogere waarde op de balans? Om deze vraag te beantwoorden, is het nodig om na te gaan wat de geschiedenis van dit paard is, waarom dit paard meer waard is geworden en hoe deze waarde administratief kan of wellicht moet worden verwerkt.

Balanswaardering

In voorgaande situaties gaat het om een paard dat is aangekocht of zelf is gefokt en vervolgens wordt getraind om het naar een hoger niveau te tillen. Uiteindelijk wordt het paard verkocht voor de sport. Wat er dan veel gebeurt, is dat de trainingskosten en kosten voor levensonderhoud direct als kosten in het resultaat worden opgenomen. De vraag is of dat terecht is. Wij zien vaak dat daardoor de resultaten gedurende een aantal jaren onder druk staan en er een fors resultaat wordt behaald in een jaar dat er een goed paard is verkocht. Zou je de trainingskosten jaarlijks moeten toerekenen aan het betreffende paard? Hoe moet je omgaan met het normale levensonderhoud van het paard (voer, dierenarts, etc.)? Zijn dit kosten die je direct kunt opnemen in de resultatenrekening of kun/moet je die bijschrijven op de balans?

De waardering van paarden op de balans is geen eenvoudige zaak. Er bestaan geen specifieke richtlijnen voor het waarderen van paarden in de jaarrekening. Ook zijn er geen (landbouw) normen die aangeven hoe je een paard moet waarderen op de balans. We moeten het dus doen met de algemene richtlijnen en regels in het jaarrekeningenrecht uit het Burgerlijk Wetboek 2 Titel 9. Daarnaast zijn er richtlijnen die worden uitgevaardigd door de Raad van Jaarverslaggeving, speciale wet- en regelgeving en fiscale waarderingsregels van toepassing.

Voorraad of bedrijfsmiddel

Je moet een paard voor zakelijk gebruik op de balans van de jaarrekening opnemen als dit paard aan het einde van het boekjaar eigendoom is van jouw onderneming. Het is vervolgens de vraag of een paard als bedrijfsmiddel aangemerkt moet worden of dat er sprake is van voorraad.

Kenmerkend van een bedrijfsmiddel is dat het betreffende paard meer dan één productieproces en doorgaans tenminste één jaar zijn nut afwerpt. Dit in tegenstelling tot voorraden die slechts één productieproces zijn nut afwerken, namelijk bij verbruik of verkoop. Het belang van het onderscheid tussen bedrijfsmiddel en voorraad ligt in de jaarlijkse afschrijving van bedrijfsmiddelen ten opzichte van de jaarlijkse waardering van voorraden. Ook is het onderscheid van belang bij de bepaling of voor de gerealiseerde boekwinst bij verkoop een herinvesteringsreserve kan worden gevormd.

Of paarden tot de voorraden behoren of tot de bedrijfsmiddelen is afhankelijk van de plaats en functie die ze binnen de onderneming innemen. In de praktijk zijn er diverse functies die paarden kunnen vervullen. Denk aan fok-, manege-, handels- en sportpaarden. Afhankelijk van de functie wordt een paard als bedrijfsmiddel of voorraad opgenomen op de balans.

Waardering

Het is vervolgens de vraag tegen welke waarde je de betreffende paarden op de balans moet opnemen. Als een paard als bedrijfsmiddel wordt gezien (bijv. bij een fokpaard of manegepaard), dan waardeer je dit paard op basis van de aanschafkosten of productiekosten minus de afschrijvingen rekening houdend met de gebruiksduur en de geschatte restwaarde van het paard. Als een paard als voorraad wordt aangemerkt, ga je uit van de aanschaf- en/of voortbrengingskosten van het betreffende paard of de op de balansdatum lagere marktwaarde.

Voorbeeld:
De kosten van een zelfgefokt veulen bestaat in het eerste jaar uit dekgeld, voer, strooisel, gezondheidszorg, registratie, mestafvoer, bekappen, verzekering, arbeid en energiekosten. Het totaal van deze kosten noemen we de kostprijs. Je kunt deze kostprijs exact berekenen, maar dat kost relatief veel tijd. Er zijn normen beschikbaar (Kwin) die behulpzaam kunnen zijn bij het waarderen van veulens.

Er is in eerste instantie nog geen sprake van afschrijvingen. Sterker nog, in de eerste vier tot vijf jaar is vaak de functie van het paard nog onduidelijk en schrijven we elk jaar kosten bij op de waardering van het veulen. Pas als duidelijk is of een paard als bedrijfsmiddel of als voorraad gezien wordt, komen we in een andere situatie terecht. Als er sprake is van een bedrijfsmiddel, dan bepalen we de restwaarde en gaan we afschrijven. Als er sprake is van voorraad is het doel om het paard te verkopen. Er wordt dan (vanaf vijf tot zes jaar) niet meer bijgeschreven op dit paard, tenzij dit paard door training een beter dressuur- of springpaard wordt. De vraag is dan welke kosten op de balans worden opgenomen. Dat is niet eenvoudig te bepalen en mede afhankelijk van de vooruitgang dat een paard boekt. Als je een paard intensief traint en het gaat maar beperkt vooruit, dan kunnen niet alle kosten bijgeschreven worden op de balans. Je moet namelijk ook rekening houden met de marktwaarde. Als deze lager ligt dan de kostprijs, dan moet je uitgaan van de lagere marktwaarde.

Kortom, de waardering van paarden op de balans is een complexe aangelegenheid. Ga in overleg met je accountant om ervoor te zorgen dat de waarde van je paarden correct op de balans worden opgenomen.

Bron: ABAB Accountants & Adviseurs

Vond je dit artikel interessant? Bekijk dan ook het artikel over de impact van coronamaatregelen op de paardensector en betere bescherming voor paardenhandel

Wil je tweemaandelijks op de hoogte gehouden worden over alles wat er in de hippische sector speelt? Sluit dan voor maar €44,50 per jaar (6 nummers) een abonnement af op de Hippische Ondernemer.

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp

Nieuwste berichten: