paardenmest

6 tips voor zinvol mestonderzoek bij paarden

Worm- en andere parasietensoorten kunnen bij paarden voor gezondheidsklachten zorgen. Welk type onderzoek je gebruikt is sterk afhankelijk van de soort waarnaar je op zoek bent. Daarom richten de onderzoeksmogelijkheden van de GD zich specifiek op een bepaalde parasieten- of wormsoort. Een paar tips op een rijtje om het onderzoek op een zinvolle manier in te zetten.

1. Maagdarmwormen: onderzoek paarden vóór ze de wei op gaan

Voornamelijk bij maagdarmworminfecties, zoals de rode bloedworm, is het belangrijk mestonderzoek te verrichten vóór de dieren weer naar buiten gaan. Hierdoor kun je paarden die veel eitjes uitscheiden gericht behalen en zo voorkom je dat deze besmetting in grote hoeveelheden op het land gebracht wordt (en daar steeds verder oploopt). Vooral voor koppels jonge paarden is dit van groot belang: zij zijn gevoeliger voor worminfecties dan volwassen dieren en kunnen, als er niet goed gemonitord wordt, gedurende het weideseizoen een flinke infectie oplopen en daar in het volgende najaar en winter een hoop last van ondervinden.

2. Veulens en jaarlingen: risicocategorie voor spoelworminfecties

Bij een infectie met spoelwormen kunnen veulen en jaarlingen koliekachtige verschijnselen vertonen en last krijgen van verstopping of juist diarree. Voordat ze deze klachten krijgen, kunnen ze al snotteren en hoesten; dit wordt veroorzaakt door de rondtrekkende larven. Volwassenen dieren kunnen wel spoelwormen bij zich dragen, maar hebben er over het algemeen nauwelijks last van. Mestonderzoek op spoelwormen heeft een week of tien na infectie pas zin. Eerder zit de worm nog niet in de darmen en legt nog geen eitjes (en heeft behandeling overigens ook nog geen effect).

3. Langdurige diarree bij veulens: denk aan cryptosporidium!

Een infectie met cryptosporidium kan ernstige en langdurige diarreeproblemen geven bij jonge veulens in de eerste levensweken. Het is dus verstandig aan deze aandoening te denken bij veulens met deze klachten. Een cryptosporidium is overigens geen worm, maar een eencellige darmparasiet.

4. Natte weides? Wees alert op leverbot

Een leverbotinfectie komt vooral voor op vochtige weilanden met sloten eromheen, omdat er een slakje nodig is voor de cyclus van de leverbot. Vooral als er ook (kleine) herkauwers op het perceel lopen is er meer kans om een infectie op te lopen, omdat die vaker dan paarden leverboteitjes uitscheiden. Een infectie kan ongemerkt verlopen, maar kan soms ook (redelijk aspecifieke) klachten veroorzaken. Denk hierbij aan een slechte conditie, vermagering, slechte prestaties en een wisselende eetlust. Helaas is de test niet erg gevoelig, omdat een paard dat besmet is lang niet altijd eitjes uitscheidt.

5. Denk bij ‘oude weides’ aan lintworm

Mestonderzoek op lintwormen doe je vooral om te bepalen of deze aanwezig zijn op een bedrijf of als een paard terugkerende koliekverschijnselen vertoont. De lintworm wordt overgebracht via een mosmijt die zich met name thuis voelt in een oude vervilte grasmat.

6. Onderzoek ezels op longwormen

De longworm kan voor heel vervelende klachten zorgen bij paarden. Ezels kunnen longwormen bij zich dragen zonder daar heel duidelijke verschijnselen van te hebben. Daarom is het, voordat ezels in contact komen met paarden, van belang om te weten of de ezel uitscheider van longwormlarven is.

Bron: GD

Vond je dit artikel interessant? Bekijk dan ook het artikel over bodembeheer en embryotransplantatie.

Wil je tweemaandelijks op de hoogte gehouden worden over alles wat er in de hippische sector speelt? Sluit dan voor maar €44,50 per jaar (6 nummers) een abonnement af op de Hippische Ondernemer.

6 tips voor zinvol mestonderzoek bij paarden

Naar nieuwsoverzicht
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp

Nieuwste berichten: