Als pensionstalhouder moet je paarden voorzien van voldoende en geschikt voer. Wat als het voer niet geschikt blijkt te zijn en een paard er ziek van wordt? Lees waar als pensionstalhouder jouw risico en verantwoordelijkheid ligt.
In dit artikel volgen we hippisch ondernemer Eva. De pensionstal van Eva draait goed. De boxen staan vol en ze heeft de paarden goed in training. Af en toe vertrekt er een klant met een paard, maar die plekken worden al snel weer opgevuld. En met elke nieuwe klant regelt Eva ook meteen een stallingsovereenkomst.
In de stallingsovereenkomst staat dat Eva het voer van het paard moet regelen. Daar staat bij dat ze voert volgens wat normaal is voor het gewicht en de prestaties van het paard. Ook wordt soms vastgelegd hoeveel voer dat per dag ongeveer is.
Voeren in maatwerk
Te veel krachtvoer of te weinig ruwvoer kan een paard ziek maken. Eva wil natuurlijk niet dat een paard onder haar zorg een maagzweer of koliek krijgt. Maar wat als het toch gebeurt? Is Eva dan aansprakelijk? En maakt het uit of het door de hoeveelheid of de kwaliteit van het voer komt? Eva’s jurist legt het uit.
De zorgplicht
Dit is een algemene verplichting voor een pensionstalhouder, aandacht voor de dagelijkse voeding hoort daarbij. En dat gaat om veel meer dan alleen op tijd en regelmatig voeren. Eva moet het voer op de juiste manier bewaren, de paarden geschikt voer geven, afgestemd op het paard en volgens wat is afgesproken met de eigenaar. Natuurlijk moet Eva meteen actie ondernemen als ze ziet dat het paard slecht op het voer reageert.
Maar Eva gaat een stap verder. Ze laat het voer regelmatig controleren en test het hooi elk jaar. Dat kun je zelf zelf doen. Je neemt een monster en stuurt deze op naar een laboratorium. De uitslag kun je via je mail toegestuurd krijgen.
Daarnaast overlegt ze met de vertegenwoordigers van het krachtvoer om te beoordelen of de suiker- en voedingswaarden goed zijn. Logischerwijs wordt alleen gekeurd voer geleverd. Soms is extra bijvoeren een goede optie, maar het kan ook dat juist wat minder nodig is. Als Eva het paard te veel ruwvoer of slecht krachtvoer geeft, is ze nalatig. In zo’n geval kan de eigenaar zelfs om schadevergoeding vragen.
Ben je een stalhouder die, in tegenstelling tot Eva, het hooi niet bij een fouragehandelaar inkoopt, maar van eigen land haalt en dit niet structureel laat testen? Dat betekent niet dat je automatisch aansprakelijk wordt gesteld bij een klacht van een eigenaar. Er bestaat geen wettelijke verplichting om hooi te laten testen, al kan het wel helpen om risico’s te verkleinen. Ook zonder testen kun je aan je zorgplicht voldoen, mits je kunt aantonen dat je zorgvuldig hebt gehandeld.
Kwantiteit vs kwaliteit
Eva vraagt zich af: maakt het uit of een paard ziek wordt door te veel, te weinig of slecht voer? Het antwoord is simpel: ja, dat maakt uit. Als het probleem door Eva zelf is veroorzaakt, kan ze daarvoor verantwoordelijk gehouden worden.
Als het om de kwaliteit van het voer gaat, spelen een paar dingen mee. Wist Eva dat het voer niet goed was, of had ze dat kunnen weten? Of is het zo dat ze geen reden had om te twijfelen, omdat ze haar voer altijd bij een betrouwbare leverancier bestelt? In dat laatste geval is Eva niet direct aansprakelijk. Dan kan het zijn dat (een deel van) de verantwoordelijkheid bij de leverancier ligt. Toch blijft het belangrijk dat Eva het voer regelmatig controleert. Zo kan ze problemen voorkomen.
Op voorhand regelen
Eva’s jurist geeft haar een paar praktische tips. Want als je op voorhand zaken goed regelt, kun je gedoe achteraf voorkomen. Eva sluit met elke klant een stallingsovereenkomst. Daarin staan niet alleen de algemene afspraken over het voeren, maar ook de dagelijkse hoeveelheid voer die bij dat specifieke paard past. Als ze ziet dat iets niet klopt of beter kan, moet ze meteen actie ondernemen.
Eva dient wel op tijd de voerafspraken in de contracten te actualiseren. Dat kan haar juist helpen om te laten zien dat ze zorgvuldig handelt en haar zorgplicht nakomt. Wanneer je een contract opstelt en de inhoud van het voer(schema) niet periodiek aanpast naar de praktijk, loop je een risico dat je daar later op wordt afgerekend.
Ook controleert Eva haar leveranciers zorgvuldig. Ze kiest voor betrouwbare partners en bekijkt het voer bij levering. Maar zodra het voer in de stal ligt, ligt de verantwoordelijkheid bij haar.
Eva moet goed op de houdbaarheidsdatum letten en het voer altijd op de juiste manier bewaren, zodat de kwaliteit goed blijft.
Conclusie
Als pensionstalhouder heb je een grote verantwoordelijkheid bij het voeren van de paarden. Neem dat serieus en let goed op. Maak duidelijke afspraken over het voeren om problemen te voorkomen.
Eva’s tip
“Maak geen routine van het voeren. Let goed op de hoeveelheid én de kwaliteit, want een ziek paard kan veel kosten”.
Wanneer je als ondernemer een probleem bij het paard veroorzaakt doordat je nalatig bent geweest, kun je daarvoor aansprakelijk gehouden worden.
Dit artikel is in samenwerking met Felix. tot stand gekomen.



