handenschudden_header

€ 1.3 miljoen verkoopwinst op paard onbelast

Eind februari oordeelde Rechtbank Noord -Nederland dat de verkoopopbrengst van € 1.3 miljoen van een hobby paard onbelast is. De in het verlengde liggende commissie die de ruiter ontving is ook onbelast. Dit omdat er geen winst werd beoogd en de commissie geen ondernemingsbate was.

Feiten

Gezien de liefhebberij voor paarden van vader en moeder en ter uitoefening van de hobby van dochter, kocht vader in 2007 een paard voor € 12.500,–. In 2009 startte dochter een onderneming, waarbij zij zich bezighoudt met het berijden, stallen en trainen van paarden. Het paard en dochter namen deel aan (internationale) wedstrijden en concoursen. In 2011 en 2013 ontving vader diverse biedingen op het paard, deze heeft hij allemaal afgeslagen. In 2014 ontving vader een bod van maar liefst € 1.3 miljoen. Vader verkocht het paard na aandringen van dochter. In verband met de verkoop van het paard ontving dochter 10% commissie van vader.

Verkoop paard belast in box 1?

De inspecteur merkt de verkoopopbrengst van het paard aan als inkomen in de inkomstenbelasting in box 1. In deze box gold in 2014 een inkomstenbelastingtarief van maximaal 52%. Daarnaast merkt de inspecteur de commissie bij dochter aan als inkomen in box 1. Vader en dochter gaan in verweer.

Oordeel rechtbank

De Rechtbank is van oordeel dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat vader ten tijde van aankoop van het paard beoogde een voordeel te behalen. Van belang is dat het paard enkel voor de hobby van dochter is gekocht, dat er tot het bod in 2014 geen intentie was tot verkoop en dat vader geen paardenhandelaar was. De enkele omstandigheid dat het paard op enig moment met aanzienlijke winst is verkocht, is onvoldoende als onderbouwing voor de inspecteur.

De inspecteur stelde dat indien er geen voordeel werd beoogd ten tijde van de aankoop, vader wel voordeel beoogde op het moment dat dochter haar onderneming start of vanaf dat vader biedingen ontvangt in 2011 en 2013. De rechtbank oordeelt echter dat de inspecteur niet aannemelijk heeft gemaakt dat vader vóór het ontvangen van het laatste bod van € 1,3 miljoen, al voordeel beoogde. Vader heeft tijdens de zitting overtuigend toegelicht dat hij en zijn dochter pas vanaf het laatste bod zijn gaan nadenken over een eventuele verkoop. In de week tussen het ontvangen van het bod en de verkoop vindt geen waardestijging van het paard plaats, waardoor de verkoopopbrengst onbelast is, zo oordeelt de Rechtbank.

In het verlengde hiervan oordeelde de Rechtbank dat de door dochter ontvangen commissie ook onbelast is. De verrichte werkzaamheden door dochter zijn niet in de ondernemingssfeer verricht, maar in privé. De commissie-opbrengst is dan ook niet opgekomen in de ondernemingssfeer van dochter. De Rechtbank acht van belang dat er sprake was van een privépaard en dat dochter met het paard al deelnam aan concoursen voordat zij haar eigen paardenonderneming begon.

De specifieke feiten en omstandigheden in een geval, spelen een belangrijke rol bij het bepalen of de verkoopopbrengsten van een paard en de hierover ontvangen commissie al dan niet met inkomstenbelasting belast zijn. Ook BTW speelt vaak een rol.

Bron: WVDB

Vond je dit artikel interessant? Bekijk dan ook het artikel over maneges verleggen focus nu coronatijd voortduurt en het voorkomen van schrale paardenweides.

Wil je tweemaandelijks op de hoogte gehouden worden over alles wat er in de hippische sector speelt? Sluit dan voor maar €44,50 per jaar (6 nummers) een abonnement af op de Hippische Ondernemer.