Esdoorn-1_small

Giftige planten nader bekeken

De nachtmerrie van iedere paardenhouder, een paard dat giftige planten heeft gegeten en daarvan ernstig ziek is geworden of zelfs komt te overlijden. We zetten een drietal vaker voorkomende aanstichters op een rij met enkele tips om vergiftiging te voorkomen.

Jacobskruiskruid

Misschien wel de bekendste plant waarvan we weten dat deze giftig is voor paarden, is Jacobskruiskruid. De plant kenmerkt zich door de relatief lange stam waar gele bloemetjes aan verschijnen. Alle delen van de plant bevatten gifstoffen maar de hoogste concentratie wordt in de bloemen gevonden. Jacobskruiskruid is zeker niet de enige gele plant die giftig is voor paarden. In het algemeen geldt dat gele bloemen een giftige stof bij zich dragen en bitter van smaak zijn. Normaal gesproken zal een paard niet snel aan Jacobskruiskruid gaan eten. Echter wanneer deze plant gedroogd in hooi of voordroog terecht is gekomen, vormt de plant een groter risico. Jacobskruiskruid bevat alkaloïden die vooral de lever kunnen aantasten. Klinische verschijnselen zijn vermagering, geen eetlust en verstopping. Meestal met aantasting van de lever als gevolg. Uiteindelijk kunnen paarden er aan sterven.

Hoe te bestrijden?
Jacobskruiskruid valt erg moeilijk te bestrijden en vermenigvuldigt zich snel. Bestrijden kan door de plant handmatig te verwijderen (met wortels) of herhaaldelijk te maaien (voor de zaadzetting met of zonder een chemisch bestrijdingsmiddel). Preventief gezien kunt u het beste uw weide regelmatig maaien en bemesten zodat er een grastapijt moet goed gesloten zoden ontstaat waarin Jacobskruiskruid geen kans tot kieming krijgt. Ook de natuurlijke vijanden van de plant, waaronder de rupsen van de Jacobsvlinder, worden op sommige plaatsen gebruikt om de plant te bestrijden.


Jacobskruiskruid

Eikenboom

Eikenbladeren en eikels bevatten looizuur, ook wel tannine genaamd. Dit stofje bindt in de darmen aan eiwitten en ijzer. Daardoor kunnen bij paarden tekorten aan eiwitten en ijzer ontstaan. In onrijpe eikels zit een hoger gehalte aan looizuur dan in rijpe eikels. Evengoed kan het eten van eikels in beide gevallen lijden tot spijsverteringsstoornissen die gepaard kunnen gaan met verstopping en koliek. Bij grote opname van onrijpe eikels komen bij paarden vergiftigingsverschijnselen voor die gepaard kunnen gaan met ernstige maag-darmontsteking.

Van jaar tot jaar verschilt het aantal meldingen van eikelvergiftigingen bij paarden. Een verklaring daarvoor is het schommelen van de hoeveelheid eikels die de bomen produceren en de variaties in het tanninegehalte dat aanwezig is in de eikels. De kans op vergiftiging wordt groter wanneer er plots, bijvoorbeeld na een onweer of storm, veel groene eikels of jonge eikenbladeren op de weide terechtkomen. Wanneer er op dat moment weinig ander voer voor de paarden beschikbaar is, bestaat de kans dat ze veel eikels en bladeren gaan eten om hun honger te stillen, me ziekte tot gevolg.

Hoe vergiftiging te voorkomen?
Simpel gezegd dient voorkomen te worden dat paarden eikels en eikenbladeren eten. Op risicoweiden worden de paarden best verwijderd wanneer de eikels beginnen te vallen of kan de directe omgeving rondom de boom worden afgezet. Daarnaast is het belangrijk dat de paarden voldoende toegang tot ander voer hebben om te voorkomen dat ze de eikels en bladeren willen gaan eten. Het beste plaatst u de paarden dan op een andere, veilige weiden.

Eikenbladeren

Esdoorn

Een esdoornvergiftiging, ook wel bekend als Atypische Myopathie, is een ernstige ziekte die kan ontstaan wanneer paarden de giftige stof hypoglycine A binnenkrijgen. Niet alle esdoornsoorten bevatten de giftige stof, maar de gewone esdoorn vormt wel een bedreiging. De giftige stof komt voor in de bladeren, zaden en kiemen van de boom. Door weidegang te beperken en voldoende ruwvoer te geven, kan de paardenhouder de kans op het eten van esdoornzaaiingen verkleinen.

Preventie
In het algemeen moet er voorkomen worden dat paarden blad, zaden of zaailingen van de giftige esdoorns eten. Als houder kunt u dat doen door paarden uit de wei te halen, een deel van de wei af te zetten, blad te verwijderen of de zaailingen te maaien. Het maaisel moet wel weggehaald worden, want de gifstof blijft ook actief in gedroogde zaailingen. Wanner weidegang echt niet vermeden kan worden, moet het aantal uren weiden beperkt worden (< 6 uur), voldoende ruwvoer bijgevoerd worden of voorzien worden in voldoende gras middels omweiden.

Esdoornbladeren

Let op: afgelopen zomer en in het najaar is er een grotere kans op esdoornvergiftiging. Door het droge klimaat van de afgelopen zomers is de productie van gifstoffen in zaden veel hoger dan bij normale groei.

Vond u dit artikel interessant? Bekijk dan ook het artikel over de het Westnijlvirus en het herziene interventiebeleid van de NVWA.

Wilt u tweemaandelijks op de hoogte gehouden worden over alles wat er in de hippische sector speelt? Sluit dan voor maar €39,50 per jaar (6 nummers) een abonnement af op de Hippische Ondernemer.

Bron: LTO Paardenhouderij