voelen retropharyngeale lnn 01

Kan vaccineren tegen rhinopneumonie een verschil maken?

Advertorial Zoetis

EHV-1 en EHV-4 zijn nauw verwante herpesvirussen van het paard, die rhinopneumonie kunnen veroorzaken. Deze door veel staleigenaren gevreesde ziekte kan zorgen voor luchtwegaandoeningen, abortus en zenuwverschijnselen. De infectie kan levenslang latent aanwezig blijven, maar ook plotseling de kop weer opsteken.

Verspreiding van het virus

De vrees van staleigenaren voor rhinopneumonie is niet ongegrond. De neurologische en verlammingsverschijnselen veroorzaakt door EHV-1, ook wel herpes myeloencefalopathie genoemd, verschillen van andere neurologische aandoeningen bij paarden. Dit komt doordat het virus via kleine deeltjes in de lucht (aƫrosol) direct wordt overgedragen van paard op paard. Daarnaast kunnen EHV-1 en EHV-4 direct worden overgedragen van paard op paard via neus- en ooguitscheiding of geaborteerde foetussen. De verspreiding van het virus bij een paardenhouderij is daarom relatief gemakkelijk en snel te verwezenlijken voor het virus.

Is het vaccineren aan te raden?

Het is aangetoond dat vaccinatie de klinische verschijnselen aan de luchtwegen en de uitscheiding van het virus vermindert. Niet alle entstoffen bieden ondersteuning bij het voorkomen van abortus. Hoewel geen enkel vaccin effectief is gebleken tegen de neurologische vorm van besmetting met het equine herpesvirus, is het belangrijk om maatregelen te nemen ter voorkoming of vermindering van de overdracht van EHV-1, als onderdeel van een solide beschermingsstrategie.