Waarom je als paardenhouder niet zomaar een vergunning aan moet vragen

We vragen gewoon een vergunning aan en zien wel waar het schip strandt. Herkenbaar? Voor veel paardenhouders of mensen in het algemeen is dit het geval en dat is ook niet zo gek als je gewoon een vergunning wilt voor bijvoorbeeld je nieuwe stallen, buitenbak of stapmolen. Maar heb je ook wel eens nagedacht hoe deze aanvraag bij een ambtenaar binnenkomt? Feije van Eijndhoven van Mount advies vertelt hoe je het de ambtenaar en dus ook jezelf een stuk makkelijker kunt maken. Feije is gespecialiseerd in alle ruimtelijke en milieutechnische vraagstukken binnen de paardensector.

 

“Door mijn jarenlange ervaring bij gemeentes weet ik hoe vergunningsaanvragen binnenkomen en verwerkt worden”, legt Feije van Eijndhoven uit. “Dit zijn voor een ambtenaar niet altijd makkelijk te beoordelen aanvragen, wat ervoor kan zorgen dat er veel gedoe ontstaat of dat deze onder aan de stapel komen te liggen. Een aanvraag die makkelijk te beoordelen is zorgt eigenlijk in alle gevallen voor een vlotter en spoediger proces en meer succes met die beoogde vergunning.”

Uitgangssituatie

Maar wat moet je dan doen om het de ambtenaar makkelijker te maken? “Wat sowieso verstandig is om te doen, is het checken van de bestaande vergunningen. Vaak zijn er al oude vergunningen of heb je bouwwerken zonder vergunning staan. In dat laatste geval moet je wel even controleren of hier echt geen vergunning voor nodig was. Als jij namelijk een vergunning aan gaat vragen voor je nieuwe stal dan komt de illegale stapmolen die buiten je bouwblok ligt namelijk ook in beeld. Veel mensen beseffen dit niet, maar weten trouwens ook niet of alles wel goed vergund is op hun terrein. Het is dus als uitgangspositie belangrijk dat je alle vergunningen van de huidige situatie netjes hebt geregeld. Dit geldt niet alleen voor de bouwvergunning, maar ook voor de milieuvergunning of milieumelding en daar komt nu in veel gevallen ook de natuurbeschermingswetvergunning bij.”

Goed overzicht voorleggen

Stel, je wilt een nieuwe stal bouwen, zodat je meer stallen krijgt en je hebt die illegale stapmolen. “Dan moet je die stapmolen dus ook in je vergunningsaanvraag meenemen anders gaat de gemeente daar moeilijk over doen”, is de simpele uitleg van Feije. “Je moet zorgen dat de situatie klopt. Krijg je meer paarden op je bedrijf dan moet je vervolgens ook nadenken over of je dieraantallen nog kloppen met je milieumelding of milieuvergunning. Vervolgens moet je een nieuwe stikstofberekening (Aeriusberekening) laten maken om te kijken of dit nog volstaat voor jouw locatie of dat je hier ook een natuurbeschermingswetvergunning voor aan moet vragen. Een vergunning is dus niet altijd maar een kwestie van het indienen van een aanvraag voor meer stallen. Jij moet een goed overzicht hebben, zodat je dit helder aan de gemeente kan voorleggen, zodat ze snappen wat je precies wilt en welke consequenties dit heeft.”

Binnen het bestemmingsplan?

Feije waarschuwt dat je er dan helaas nog steeds niet bent met je aanvraag. “Je moet immers ook toetsen of het bouwplan binnen het bestemmingsplan past. Anders kan de vergunning niet verleend worden. Het kan natuurlijk altijd voorkomen dat het niet in het bestemmingsplan past. Dan heb je nog verschillende opties. Als je geluk hebt zit er een afwijkingsmogelijkheid in het bestemmingsplan. Hiervoor geldt de reguliere procedure, maar stelt de gemeente extra voorwaarden waaraan je moet voldoen. We zien deze afwijkingsmogelijkheid regelmatig voor het aanleggen van een buitenbak buiten het bouwvlak of bijvoorbeeld het aanleggen van een sleufsilo.”

Is er geen afwijkingsmogelijkheid? Dan zijn er volgens Feije nog drie opties. “Ten eerste kan je een bestemmingsplanwijziging aanvragen om bijvoorbeeld je bouwblok te vergroten. Dit duurt gemiddeld anderhalf jaar. Daarnaast kan je een uitgebreide omgevingsprocedure doorlopen die zo’n driekwart tot een jaar duurt. Of je kunt tot slot gaan voor een creatievere oplossing, een tijdelijke vergunning vooruitlopend op een bestemmingsplanwijziging op het besluit omgevingsrecht. Dit is een landelijke regeling met een normale termijn van acht weken met een eventuele verlenging van zes weken. Zes weken nadat deze ter inzage heeft gelegen is deze definitief. Voordeel is dat dit best snel gaat en een nadeel is dat de vergunning maximaal tien jaar geldt en de gemeente niet verplicht medewerking hoeft te verlenen, waardoor de hele procedure geen doorgang kan vinden.” Bij een wijziging van het bestemmingplan moet je volgens Feije ook rekening houden met landschappelijke inpassing en de kans op compensatieverplichting.

Omgevingsscan

Om alles goed op een rijtje te zetten doet Mount advies altijd een omgevingsscan waarbij wordt gekeken naar de locatie, huidige situatie en vergunningen en de beoogde plannen. “Aan de hand daarvan gaan we het bestemmingsplan, gemeentelijk beleid en de provinciale verordening toetsen en kijken wat er mag en hoe we dat voor elkaar gaan krijgen. Hiervoor hoef je zeker niet altijd naar de gemeente als er bepaalde landelijke regels van toepassing zijn, waardoor je bijvoorbeeld vergunningsvrij kan bouwen. In de omgevingsscan maken we inzichtelijk welke ruimtelijke procedures nodig zijn om je plan te verwezenlijken. Soms zijn de mogelijkheden gunstig en kan je gelijk verdergaan met het aanvragen van de vergunningen of zit er in het bestemmingsplan een mogelijkheid om je project met een afwijkingsmogelijkheid gerealiseerd te krijgen. Lukt dat niet dan gaan we verder zoeken binnen de visie van de gemeente. We onderzoeken of jouw wens om te vormen is en zo binnen de visie en het beleid van de gemeente past.”

Verschillende vergunningen

Dit is zeker geen alledaags klusje, maar wel een waar Feije met haar bedrijf veel successen mee boekt. Om tot slot wat meer overzicht te geven in de verschillende vergunningen die er zijn zetten we deze nogmaals op een rij:

  • Reguliere omgevingsvergunning bij bouwplannen die binnen het bestemmingsplan passen.
  • Afwijkingsmogelijkheden, hiervoor geldt ook de reguliere procedure, maar stelt de gemeente extra randvoorwaarden zoals bijvoorbeeld het maken van een landschappelijk inpassingsplan.
  • Uitgebreide omgevingsprocedure (projectbesluit), dit vergt een ruimtelijke onderbouwing plus compleet bouwplan met benodigde onderzoeken.
  • Tijdelijke vergunning voor maximaal tien jaar als de gemeente tenminste bereid is om hieraan mee te werken.
  • Milieuvergunning of milieumelding. Onder de vijftig paarden volstaat een melding. Tot honderd paarden wordt dit vergezeld door een omgevingsvergunning beperkte milieutoets (OBM) en boven de honderd paarden heb je een milieuvergunning nodig.
  • Natuurbeschermingswetvergunning die je niet moet verwarren met de bovenstaande vergunning. Deze regelt met name het stikstofverhaal, maar ook andere verstoringseffecten op de natuur zoals licht, verkeer en geluid. Deze vergunning heb je steeds vaker nodig ook al heb je maar een paar paarden. Dit systeem is vorig jaar aangescherpt waardoor veel paardenhouders die eerst onder de grens vielen nu bij de nieuwe berekening wel boven de norm uitkomen en vergunningsplichtig zijn.
  • Daarnaast kan het zijn dat je een aparte evenementenvergunning voor het organiseren van wedstrijden nodig hebt.

De hinderwetvergunning bestaat niet meer. Deze is omgezet naar een milieumelding of milieuvergunning. Het kan ook zijn dat deze volledig is ingetrokken.

 

Feije van Eijndhoven van Mount advies helpt je graag bij het aanvragen en doorlopen van de juiste procedures om je toekomstplannen te realiseren, kijk ook eens op www.mountadvies.nl voor meer informatie. Wil je weten wat je nog meer moet regelen als hippische ondernemer? Bekijk dan nu de checklist in het magazine van de Hippische Ondernemer nummer 3.

 

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email
Share on whatsapp

Vind je dit artikel interessant?

De Hippische Ondernemer deelt vaker dit soort artikelen. Meld je gratis aan voor onze nieuwsbrief, om op de hoogte te blijven. 1400+ ondernemers gingen je al voor!

Nieuwste berichten: