imadia-7270

Peesblessures voorkomen

Peesblessures bij paarden zijn nog altijd een veelbesproken onderwerp. Om de belangrijkste punten rondom deze vervelende blessure aan te stippen gaan we in deze serie van artikelen verder in op het herkennen, voorkomen en genezen van peesblessures. In dit tweede deel gaan we verder met het voorkomen hiervan.

Volgens paardenarts Morgan Lashley zijn peesblessures moeilijk te voorkomen en ontstaan ze vaak door overbelasting. “Hierbij spelen meerdere factoren mee zoals de conformatie van het paard, waar je weinig aan kunt veranderen. Wel is het mogelijk om afwijkende standen zo vroeg mogelijk (als veulen) aan te pakken om voor een gelijkmatigere belasting te zorgen en dus de kans op overbelasting te verkleinen. Sowieso vormt de opfok van paarden een belangrijk onderdeel van het voorkomen van peesblessures, want in deze jaren wordt grotendeels de kwaliteit van het peesweefsel gevormd wat de basis is voor de beweging die pezen aankunnen. Bij een volwassen paard met een standafwijking is het wat lastiger om dit te corrigeren. Deze paarden moet je vaak heel regelmatig laten bekappen, een lange voet verergert vaak de standsafwijking.  Soms kan aangepast beslag ook een positieve uitwerking hebben.”

Variatie

Maar een groot deel van het voorkomen zit hem in de training. Lashley legt uit hoe dit komt: “Op het moment dat paarden vermoeid raken wordt hun coördinatie minder. Wanneer de spier die aan de pees hecht vermoeid raakt dan wordt de belasting op de pees vaak groter. Door aan de algemene fitheid van het paard te werken, maak je de spieren sterker en belastbaarder, maar je moet ook oppassen met het herhalen van dezelfde oefening in een training. Oefen jij acht keer een pirouette dan heb je kans op lokale vermoeidheid. Bij eentonig werk in belastende bewegingen zoals de landing of afzet bij een hoge sprong, verzameld werk of laterale oefeningen creëer je sneller overbelasting. Mijn advies is om voldoende variatie aan te brengen in je training, niet alleen in de oefeningen, maar ook wat bodem betreft. Wissel een training in de bak daarom eens af met een buitenrit of aquatraining. Daarnaast kan je in het geval van oefeningen het best met intervallen werken waardoor je na een paar herhalingen een stappauze inlast en vervolgens weer verder gaat.”

Voldoende rust

Naast een afwisselende training is goed in- en uitstappen en de rust tussen zware trainingen essentieel. “Na elke flinke training ontstaat er vrijwel altijd microschade. Dat is normaal, want het lichaam wil zich aanpassen op deze training om het de volgende keer beter aan te kunnen. Het lichaam heeft echt wel de tijd nodig om deze schade te herstellen. Door te veel zware trainingen achter elkaar loopt de microschade te veel op en worden de spieren juist minder sterk. Geef je paard dus voldoende tijd voor herstel.”

Koelen

Op de vraag of koelen peesblessures kan voorkomen geeft Lashley aan dat koelen voornamelijk ontstekingsremmend werkt. “Na de kleine microschade die je tijdens een zware training veroorzaakt, rem je door het koelen de ontsteking. Het koelen van de pezen is dus altijd goed om te doen ter preventie, ook omdat de pezen tijdens de training altijd wel wat opwarmen zeker wanneer je beenbescherming gebruikt. Nu wil ik niet zeggen dat je geen beenbescherming moet gebruiken, want dit kan het risico op aantikken wel voorkomen wanneer je iets met een harde schaal gebruikt. Het bandageren om te voorkomen dat dat de kogel te ver doorveert om blessures te voorkomen is echter iets wat niet werkt. Bandages warmen de pezen duidelijk meer op dan peesbeschermers en werken dus eerder nadelig.”

Doorbloeding stimuleren

Ook afwisselen van bodem en af en toe stappen op het harde na een training heeft volgens Lashley een toegevoegde waarde. “Dit heeft een gunstige uitwerking, omdat het om een afwisseling van de bodem gaat. Stappen op het harde maakt de pezen echter niet sterker dan ze al zijn. In principe is de totale sterkte van een pees optimaal wanneer een paard rond de drie jaar oud is. Naarmate het paard ouder wordt, neemt de sterkte van de pees alleen maar af.”

Kans op terugkomen verkleinen

Wanneer je paard al een peesblessure heeft gehad is de kans dat deze terugkomt iets groter dan bij een gezonde pees. Dat komt door het littekenweefsel dat voor het oude peesweefsel in de plaats is gekomen. Dit functioneert wel, maar is niet zo elastisch als het originele weefsel. Lashley zegt dat in de preventie van een terugkerende peesblessure ook het revalidatietraject een belangrijk onderdeel is. “Bij de revalidatie moet je niet alleen naar de peesblessure kijken, maar naar het hele paard. Heeft hij bijvoorbeeld compensaties door de blessure gekregen of zichzelf een bewegingspatroon aangeleerd om zich te ontzien waardoor hij ook ergens anders in zijn lichaam last van heeft? Tijdens zo’n revalidatie is het belangrijk om dat ook aan te pakken en niet met een asymmetrisch paard weer aan de slag te gaan. Daarnaast is het belangrijk om bekende peesblessures te monitoren door middel van klinische controles en/of controles met UTC, waarover we meer vertellen in het volgende artikel over de behandeling van peesblessures.”

Morgan heeft samen met haar broer Franklin Lashley een aantal vlogs gemaakt, onder andere over peesblessures, op het kanaal ‘Komt een paard bij de dokter’.

Foto’s: Imadia – Diana Bloemendal

Vond je dit artikel interessant? Bekijk dan ook het artikel ook het artikel over peesblessures herkennen

Wil je tweemaandelijks op de hoogte gehouden worden over alles wat er in de hippische sector speelt? Sluit dan voor maar €44,50 per jaar (6 nummers) een abonnement af op de Hippische Ondernemer.